Netherlands

Luc Vijgen, secretary NFP in the Netherlands

Name

Luc Vijgen

Title

general secretary of the NFP

Address

Drukkerijlaan 8

PC, City

2627 CM - Delft

Phone private

0031-(0)15-257 4787

Phone job

0031-(0)6-301 491 36

Fax

 

E-mail

email hidden; JavaScript is required

Website

http://www.pijprokers.nl (Dutch language)

logo-nfp

The Board of the Netherlands Federation of Pipesmokers (NFP) welcomes you.

You are a pipesmoker, no doubt about that or you like the pipesmoking world and want to know more about the situation in the Netherlands. You will find all kinds of interesting items on our Dutch website www.pijprokers.nl and how to contact us. Our secretary -mr. Luc Vijgen- will be your helping hand by mailing him at email hidden; JavaScript is required
Please visit one of our pipesmoking clubs ("gilden" in Dutch) when your are around: you are most welcome!

Het bestuur van de NFP heet u HARTELIJK WELKOM.

U bent ongetwijfeld pijproker, of u draagt het pijproken een warm hart toe. Deze pagina is er speciaal voor u, want hier vindt u allerlei wetenswaardigheden over  pijprokend Nederland, over de diverse pijprookverenigingen, clubs en gildes.
Op onze eigen site www.pijprokers.nl staan een aantal items waaronder actuele wetenswaardigheden, historische feiten en onze vermaarde pijprookagenda. Graag nodigen wij u bij deze uit een kleine kennismakingstour te ondernemen voor een eerste indruk. Natuurlijk horen/zien wij graag uw reactie via het gastenboek en wanneer u vragen heeft kunt u ons mailen of telefonisch contact opnemen met het secretariaat van de NFP.
De heer Luc Vijgen zal u graag verder van dienst zijn.

Breaking news!! Nieuws!!

Cultuur van het pijproken nu ook immaterieel erfgoed

Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) maakt bekend dat op maandag 12 oktober de cultuur van het pijproken op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland is geplaatst door ondertekening van het officiële certificaat door Cor Crans, voorzitter van de Nederlandse Federatie voor Pijprokers en de heer Arno Brok, burgemeester van Dordrecht.
De eerste berichten over het roken van een pijp in Europa komen uit Engeland en dateren van rond 1570. In de jaren negentig van de zestiende eeuw introduceerden Engelsen – soldaten in het Staatse leger – het pijproken in Holland. Ook het ambacht van pijpen maken verspreidde zich. Zo’n veertig jaar later was het roken algemeen geaccepteerd en had de pijp zijn vaste vorm gekregen. De luxe van de verfijnde en uitgebalanceerd vormgegeven Goudse pijp sloot in de achttiende eeuw naadloos aan bij de luxe die de roker zich in de Pruikentijd wenste te veroorloven. In die tijd ging het vooral om genieten en het pronken met een hoogwaardige pijp.
De cultuur van pijproken wordt volgens pijprokers, anders dan het roken van sigaretten, gekenmerkt door rust, zorgvuldigheid en duurzaamheid, waarbij kwaliteit en genieten samengaan. Het roken van een pijp is voor alle rangen, standen en geslachten. Al in de achttiende eeuw rookten ook vrouwen uit alle lagen van de bevolking pijp. Het pijproken vergt een speciale vaardigheid, waarbij kennis over het onderhoud van de pijp, het kiezen van de juiste tabak en het op de juiste manier roken door ervaren pijprokers doorgegeven wordt aan beginners.
Pijproken heeft door de eeuwen heen soms ook een politieke of culturele betekenis gehad. Een voorbeeld daarvan is de Oranjepijp, die in de zeventiende eeuw gerookt werd door aanhangers van het koningshuis, de Orangisten. Zo’n Oranjepijp of Koningspijp is onlangs nog in Dordrecht aangeboden op Koningsdag. De Nederlandse Federatie voor Pijprokers ziet de cultuur van het pijproken als lifestyle, als middel om je als individu te onderscheiden.
De cultuur van het pijproken heeft nu een plaats gekregen op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland. Het samenstellen van deze inventaris vloeit voort uit de ratificatie van het UNESCO Verdrag ter Bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed. De samenstelling van de Nationale Inventaris wordt gecoördineerd door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed.